Duinen

De onderzoekslijn duinen moet duidelijkheid geven hoe zandsuppleties de natuurlijke ontwikkeling van de duinen beïnvloeden. Kunnen we de diversiteit van het duinlandschap bevorderen met suppleties of zijn andere factoren dominant? In het onderzoek herhalen we analyses die in 2010 zijn gedaan. Op basis van luchtfoto’s en hoogtekaarten bekijken we hoe dynamisch de Nederlandse zeereepduinen zijn. Door te vergelijken met de eerdere analyses zien we de verschillen (geografisch en in de tijd) en kunnen we deze verklaren. Zo ontdekken we of en hoe suppleties de dynamiek van zand, wind en water beïnvloeden, en van daar uit kunnen we uitzoeken wat dat voor de planten en dieren betekent. Dit laatste gebeurde door een expertsessie die in januari 2019 plaatsvond. Het onderzoek wordt in 2020 afgerond.

Bekijk de laatste update van het Duinonderzoek hier. De praktische vertaling van het rapport voor de beheerders hebben we vertaald naar 3 factsheets voor de regio's:

Zuidwestelijke Delta

Hollandse kust

Wadden

Kunnen we de diversiteit van het duinlandschap bevorderen met suppleties of zijn andere factoren dominant?

Suppleties & Duindynamiek

(Aan zee laat de wind duinplanten bewegen. In de duinen staat een man. Voice-over:)

OPGEWEKTE MUZIEK

VOICE-OVER: Dit is Albert Oost.
Hij is senior adviseur bij Deltares.
Vertel eens, Albert, waarom zijn jullie druk met onderzoek naar de relatie tussen duinbeheer en suppleties?
ALBERT OOST: Omdat we heel graag wilden weten als je zand voor de kust legt of op het strand in hoeverre dat nu de dynamiek en de ontwikkeling van de dynamiek in de duinen beïnvloedt.
VOICE-OVER: Hoe gingen we daar vroeger mee om?
OOST: De context is dat we sinds 1990 suppleren dus zand op het strand neerleggen of voor de kust om de kust op z'n plek te houden.
Vroeger gebeurde dat niet en dan moesten de duinen eigenlijk elke keer in de winter de klap opvangen van de stormen die het zand wegsloegen.
En om dat nu mogelijk te maken legde Rijkswaterstaat al die duinen heel precies vast met heel veel helmaanplant, dat plantje dat je hier ziet.
En op die manier werd er zo veel mogelijk zand ingevangen en dat sloeg dan af in de winter.
Op die manier probeerde men de kustafslag tijdens die winters tegen te gaan.
VOICE-OVER: En hoe doen we dat nu?
OOST: Toen kwamen de suppleties, 1990.
We gaan niet de duin op z'n plek houden, maar het strand.
Want als het strand op z'n plek blijft liggen dan blijft de duin ook wel op z'n plek.
Wat je hier ziet, is suppletiezand.
Dat heeft een andere kleur dan het zand meer naar boven toe.
Het strand is hier hartstikke kort.
Dus de golven slaan elke keer hier de boel eraf, net als in het verleden.
Maar er wordt nu aangevuld met suppleties. Dit is het restje van een suppletie.
Ze komen hier ook heel regelmatig terug om weer nieuw zand aan te brengen dan wordt het strand even wat hoger en dan knabbelt de zee dat weer af.
Het mooie daarvan is dat je dan de duinen niet meer zo krampachtig hoeft te beheren.
Dat was een grote wens van de natuurbeheerders want die natuurbeheerders zaten met het punt dat al het zand werd ingevangen in de zeereep.
En dat achterliggende gebied kreeg geen zand meer en daardoor verouderde dat razendsnel.
VOICE-OVER: Naar welk antwoord zochten jullie?
OOST: Wat wij wilden uitzoeken uiteindelijk, is van als je dat nou wilt, als je die dynamiek weer terug wilt hebben in hoeverre hebben die suppleties daar nog invloed op?
Dus we hebben zowel gekeken naar de zeereep zelf in hoeverre die meer dynamisch werd beheerd en ook of er ook werkelijk dynamiek optrad.
VOICE-OVER: Is die dynamiek al zichtbaar?
OOST: Op de allergrootste schaal kun je zeggen dat het heel positief is want door die suppleties kun je de duinen dynamischer maken.
We hebben op allerlei plaatsen langs de kust gekeken, elke kilometer en toen kwamen we erachter dat er verschillen zijn langs de Nederlandse kust.
Hier in de Wadden bleek dat als je suppleerde, dat dat vaak samenging met een versterking van de dynamiek in de zeereep.
Die Waddenstranden zijn vaak heel erg breed.
Als gevolg daarvan krijg je een nieuwe duin op het strand.
Dan weet je al dat de oude duin niet meer in beweging komt want de nieuwe duin neemt de boel over.
Waar ga je suppleren? Daar waar het strand smaller wordt.
Dat is dan precies de plek waar ook de zeereep wordt aangetast af en toe en waar je dynamiek weer terugkomt.
Dus dat hebben we daar in feite gevonden dat suppleren samenviel met meer dynamische zeerepen.
De Zuidwestelijke Delta is een heel ander verhaal.
Daar zijn de stranden heel vaak heel smal dus de enige plek waar je kunt suppleren, is op dat smalle strand.
Dat is zo smal dat je heel vaak gewoon, pats, op de duinvoet zit al.
En dat zand waait dan naar binnen toe maar in de Zeeuwse Delta zijn vaak de duinen niet zo breed en wordt er toch vrij intensief beplant nog steeds een beetje op de ouderwetse manier en dan zie je dat dat zand voor een groot deel weer wordt vastgelegd in een duin zelf.
Dus daar zagen we heel wat minder toename van je dynamiek dan bijvoorbeeld langs de Waddenkust.
VOICE-OVER: Ik hoorde dat deze informatie is samengevat in een handige folder.
OOST: Ja, er komt binnenkort een folder uit.
Het is een folder waar de belangrijkste resultaten van het hele onderzoek in samen zijn gevat, op een overzichtelijke manier.
Er komt er eentje voor de Wadden.
Er komt er eentje voor de Hollandse kust, en eentje voor de Zuidwestelijke Delta om de beheerders een steuntje in de rug te geven van waar je nu op kunt letten als je wilt dynamiseren bijvoorbeeld.
VOICE-OVER: Hoe ziet de toekomst eruit?
OOST: De toekomst ziet er heel dynamisch uit.
Wat je krijgt, is een overgang van een hele strak beheerde kust naar een hele dynamische kust.
En daarbij kunnen landschappen terugkomen die we alleen nog kennen van de middeleeuwen of van de zeventiende eeuw.
Dus dat wordt reuzespannend.
De kust wordt gevarieerder, de duinen worden gevarieerder.
En het landschap wordt daarmee ook een stuk waardevoller weer voor de natuur voor al die planten en dieren, duizenden en duizenden verschillende soorten die hier voorkomen. Dus dat wordt een heel verrassingspakket.

(Het beeld wordt groen met wit. Links verschijnt de beeldtekst: Meer informatie? Kijk op natuurlijkveilig.nl. Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2020.)

RUSTIGE MUZIEK DIE WEGEBT

(Rechts staan de logo's van: Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Duinbehoud, Staatsbosbeheer, LandschappenNL, Natuurmonumenten, PWN, Waternet, waterschap amstel gooi en vecht, gemeente amsterdam, Stichting De Noordzee, Vogelbescherming Nederland, Dunea, Duin&Water en de Waddenvereniging.)

Het onderzoek wordt in 2020 afgerond. De uitkomsten kunnen ertoe leiden dat er ontwerpcriteria voor zandsuppleties komen om de effecten op duinen te minimaliseren. Bijvoorbeeld dat we de strandsuppletie niet hoger maken dan 3 meter NAP, zodat de zee bij storm het zand kan herverdelen en sorteren en duinen er geen negatieve effecten van ondervinden. 
 

Extra onderzoek naar de duinen

Natuurlijk Veilig is mede fiancierder van 2 extra ecologische onderzoeken naar de duinen: 'Ruimte voor zand', uitgevoerd door Rijksuniversiteit Groningen en 'DuneForce' uitgevoerd door Technisch Universiteit Delft.

Het onderzoek ‘Ruimte voor zand’ bekijkt hoe breed de kust moet zijn om voldoende ruimte te bieden aan alle verschillende natuur die de Nederlandse duinen ooit rijk was. Hoe ruim moet een duingebied in zijn jasje zitten om het verschuivende duinmozaïek in ere te kunnen herstellen?

'Duneforce' omvat een uitgebreide studie naar kustduinen die kustverdediging en een specifieke ecologische leefomgeving bieden aan de menselijke samenleving. Dit zal resulteren in een kwantitatief model dat de ontwikkeling van de kustzone voorspelt met betrekking tot duinhabitat en kustveiligheid. Dit nieuwe model zal worden toegepast in verschillende praktijkvoorbeelden om kustbeheerstrategieën en -interventies in het kustsysteem te optimaliseren.

Ruimte voor Zand

(Een man staat in een duin.)

VOICE-OVER: Dit is Tjisse van der Heide. Hij is onderzoeker bij het NIOZen hoogleraar kustecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Tjisse, waar kijken we naar?
TJISSE VAN DER HEIDE: We kijken hier naar een zandvanger.
Die heeft een grote vin, zoals je kunt zien, en daarmee richt hij zich op de wind.
We zijn hier bezig met een experiment waarbij we willen weten hoe die duintjes zich vormen.
Nou ja, duinen, daar heb je eigenlijk twee voorwaarden voor nodig.
Je hebt iets nodig dat zand vangt en het stuivende zand heb je nodig.
Dus ja, dan moet je dus wel weten hoeveel stuivend zand je hebt.
En ja, wat die dus doet, hij heeft allerlei kleine buisjes zitten en het zand dat stuift, dat kan dus in die buisjes stuiven en door deze met regelmaat te legen weten we dus precies hoeveel stuivend zand er dus langskomt over de tijd.
VOICE-OVER: Waar gaat het onderzoek Ruimte voor Zand eigenlijk over?
TJISSE: We staan hier eigenlijk bij een vrij breed stuk kust.
We hebben hier een witduin en daarachter een enorm groot stuk grijsduin.
Eigenlijk is dat voor de Nederlandse situatie zo langzamerhand best uniek omdat op veel plaatsen is die kust veel versmald doordat we daar hebben gebouwd en aan de andere kant komt de zee omhoog en daardoor komt dat kustlandschap dat daartussen ligt steeds meer in de beknelling.
En binnen Ruimte voor Zand houden we ons eigenlijk bezig met twee vragen.
Aan de ene kant willen we beter begrijpen van: hoe breed moet zo'n kust zijn om voldoende ruimte te kunnen blijven bieden aan de planten en dieren die daar voorkomen?
Dus hoeveel ruimte is er nodig voor die habitats?
En ten tweede willen we begrijpen hoe we meer ruimte kunnen geven aan de natuurlijke dynamiek van de kust dus de natuurlijke afbraak- en aangroeiprocessen die daar plaatsvinden.
VOICE-OVER: En voor dat onderzoek gebruiken jullie de zandvanger dus?
Wat gebruiken jullie nog meer?
TJISSE: Na stormen bezoeken we duinen en kijken we hoeveel de afslag is geweest waar de afslag is geweest om te begrijpen van: nou, wat doet dat nou precies en wat voor gevolgen heeft dat voor die soorten die daar voorkomen welke nieuwe soorten krijg je daarna terug?
En we combineren dat ook nog weer met satellietfoto's en met hoogtekaarten en dergelijke om daar juist meer grip op te krijgen, op die grotere schaal.

(Een strand vanuit de lucht.)

VOICE-OVER: Welke verschillende habitats zijn er in de duinen?
TJISSE: Als je bij de zee begint, dan begint het natuurlijk bij het strand.
En als je dan richting het land loopt, kom je de embryonale duinen tegen dat zijn de jongste duintjes, die gaan over in de witte duinen dat zijn de allerhoogste duinen, noemt men ook wel de zeereep en achter die witte duinen, daar kom je de grijze duinen tegen.
En die kun je eigenlijk weer onderverdelen in een aantal subhabitats, waaronder graslandachtige vegetatie, heide als je wat verder naar achteren gaat en uiteindelijk gaat dat zelfs helemaal over in duinbos.
Vroeger was het zo, toen we het duin niet beheerden, dan groeien de duinen aan maar dan komt er wel eens een forse storm, die slaat dan een hele duin weg dan komt dat water, dat spoelt de duinen in en dat ruimt dan hele stukken van die duinen op en dan moet het opnieuw beginnen.
Door dat proces van opbouw en afbraak krijg je een soort verschuivend mozaïek van allerlei verschillende leefgemeenschappen, van habitats waar allerlei verschillende soorten voorkomen.
En juist die aangroei, maar ook die afbraak, dat samenspel daartussen dat zorgt er juist voor dat al die soorten samen in zo'n schuivend mozaïek kunnen voorkomen.
Op het moment dat je dat proces stopt, ja, dan zet de successie de opeenvolging van soorten, die zet zich gewoon door zonder dat dat weer wordt gereset door de zee of door overstuiving.
En als je dan helemaal niks zou doen dan zou het hele grijze duinlandschap uiteindelijk veranderen in een duinbos.
Dan hou je maar één soort habitat over en daarmee gaat de biodiversiteit erg naar beneden.
Je hebt er zo nu en dan gewoon een overstroming of een overstuiving nodig om dat proces weer opnieuw te laten starten zodat ook die soorten van dat vroege stadium, om die daar weer te kunnen laten groeien.
Want anders zouden die op de lange termijn allemaal verdwijnen.

(Tjisse loopt met een vrouw over het strand.)

VOICE-OVER: Welke maatregelen nemen we nu al om die dynamiek meer ruimte te geven?
TJISSE: Een van de maatregelen die we nu al nemen is bijvoorbeeld het aanbrengen van zogenaamde kerven in de duinen.
Het is bijvoorbeeld voor grijsduinen belangrijk om tot zekere mate ook gevoed te worden door vers zand en dan krijg je dus ook overstuiving en krijg je natuurlijke dynamiek, dus ook die begraving krijgt dan meer ruimte.
Andere maatregelen waaraan je kunt denken zijn stuifkuilen die in de duinen worden gemaakt.
Dan wordt de vegetatie verwijderd en dan kan dat zand ook weer gaan stuiven.
Maar ook de zandsuppletie zelf die we dus aan de vooroever doen is ook al een stuk natuurlijker dan wat we vroeger deden toen we echt met bulldozers het zand het strand op reden en daar meteen het gras zo veel mogelijk aanplantten om al dat zand meteen op die plek vast te leggen.
Een laatste interessante maatregel is begrazing.
Als je het landschap begraast, dan gaan die grote grazers zoals koeien of schapen die gaan met name voor kleine boompjes, die vinden ze lekker, die eten ze op.
En daardoor voorkom je dat bos zich vormt of dat grote struiken zich vormen en daardoor hou je de successie ook tegen en verjong je, met die grazers verjong je het landschap.

(In de verte loopt Tjisse door een duin.)

VOICE-OVER: Als we de duinen gewoon hun gang laten gaan wordt het dan niet gevaarlijk?
TJISSE: Op sommige plekken zal het vast te gevaarlijk zijn om zomaar die duinen de ruimte te geven om kapot te gaan maar je kunt je wel voorstellen op plekken waar de kust heel breed is dat je best zou kunnen zeggen van: Daar geven we die kust iets meer de ruimte.
Of andere plekken waar je zou kunnen zeggen: Door slim zand te suppleren op een andere manier, zoals we het nu doen misschien met grotere hoeveelheden in één keer, kun je dat eenmalig doen en kun je daarna de kust langdurig z'n gang laten gaan.
Op die manier zou je meer ruimte kunnen bieden voor die natuurlijke processen.
Mijn gedroomde uitkomst is dat we goed begrijpen hoe breed zo'n landschap zou moeten zijn om voldoende ruimte te bieden aan al die planten en diersoorten die daar van nature voorkomen en dat we daaruit kunnen afleiden waar voor dat soort breedtes nog kansen liggen in Nederland en waar dat niet meer kan.
En dat we daarnaast beter begrijpen hoe we die natuurlijke dynamiek in dat kustlandschap terugkrijgen en dus ook ruimte kunnen bieden voor een natuurlijke handhaving van de soorten die in dat landschap thuishoren.

(Het beeld wordt groen met wit. Links verschijnt de beeldtekst: Meer informatie? Kijk op natuurlijkveilig.nl. Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2020.)

RUSTIGE MUZIEK DIE WEGEBT

(Rechts staan de logo's van Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Duinbehoud, Staatsbosbeheer, LandschappenNL, Natuurmonumenten, PWN, Waternet, waterschap amstel gooi en vecht, gemeente amsterdam, Stichting De Noordzee, Vogelbescherming Nederland, Dunea, Duin&Water en Waddenvereniging.)