Een duinrapport in 3 praktische factsheets

Hoe beïnvloeden zandsuppleties de natuurlijke ontwikkeling van duinen? En wat betekent dat voor het beheer van de Nederlandse kuststrook? Dat is samengevat in het Factsheet Duinrapport Kust- en Zeereepbeheer. Het duinrapport is onderverdeeld in 3 praktische factsheets: de Waddenkust, de Hollands Kust en de Zuidwestelijke Deltakust.

Zeereep
©Natuurlijk Veilig

Tot de jaren 90 beplantten we duinen intensief en probeerden zo zoveel mogelijk zand vast te leggen. De planten vingen het zand in en de wortels hielden het vast. Daardoor ontstond er een buffer tegen kusterosie. Sinds 1990 wordt de Nederlandse kust met toenemend succes gehandhaafd door middel van suppleties. Dat bracht kustafslag tot stilstand. Daarom hoeven de duinen niet langer intensief vastgelegd te worden en is er meer ruimte voor duindynamiek. 
 

Figuur Factsheet Duinen
©Natuurlijk Veilig

Veiligheid en natuurdynamiek

Het vasthouden van de kustlijn met zandsuppleties maakt het gemakkelijk om de veiligheid van de duinen in stand te houden. Deze kuststabiliteit biedt ruimte voor zeereepdynamiek en dat komt de natuur ten goede. Of (en hoe) de ontwikkeling van een duingebied kan worden gestuurd door beheermaatregelen zoals een suppletie of het graven van een stuifkuil, is een lastige vraag. Binnen natuurlijk veilig is een rapport verschenen waarin is onderzocht hoe het beheer van de kust met zandsuppleties, en het beheer van de duinen, samenhangt met de ontwikkeling van de duinen. Om beheerders te helpen bij het uitvoeren van kustbeheer vertaalden we het rapport naar 3 factsheets.
 

Waddenkust

Op de gesuppleerde stranden nam de zeereepdynamiek behoorlijk toe. Dat betekent dat vooroever- en strandsuppleties de dynamisering van de zeereep dus niet in de weg staan. De strandbreedte lijkt bepalend te zijn voor de ontwikkeling van de zeereepduinen. Door de sterke variaties in de strandbreedte, verwachten we dat de zeereepdynamiek toeneemt waar de stranden smal worden en afneemt waar ze aanzienlijk breder worden. Kennis van de ligging van de kustlijn door de tijd kan nuttig zijn bij het kiezen van locaties voor dynamiseringsprojecten. De grootste kans van slagen hebben plekken waar de strandbreedte smal is en afneemt. Lees hier meer over in de factsheet Wadden.  
 

Hollandse kust

Suppleties zijn bepalend voor de volumeontwikkeling van de zeereepduinen. Gesuppleerd zand kan tot honderden meters landinwaarts doorstuiven als er kerven zijn. Dit is zowel voor de uitvoerders van de suppletie als de terreinbeheerder een punt van aandacht. Op stranden zonder suppleties of met alleen vooroeversuppleties is de zeereepdynamiek behoorlijk toegenomen. Zo’n 70 procent van de gesuppleerde kust kende in 2017 al een sterk dynamische zeereep. Het is dus niet per se nodig om nog meer kust te dynamiseren, en wellicht ook niet goed mogelijk. Waar verdere dynamisering van de Hollandse kust lastig is, kan het beheer zich richten op het faciliteren van de bestaande dynamiek. Suppleties vormen daarbij een bron van zand dat door mag stuiven. Lees hier meer over in de factsheet Hollandse kust.
 

Zuidwestelijke Deltakust

Suppleties in combinatie met het hoge percentage vastleggingsbeheer en de smalle stranden leidden waarschijnlijk tot een verkleining van de dynamiek. Waar mogelijk, kan het achterwege laten van een suppletie in combinatie met dynamisering een forse aanzet geven tot een toename in de dynamiek van het duingebied. In de Zuidwestelijke Delta is het percentage van de zeereep waar dynamisch beheer wordt gevoerd aanzienlijk toegenomen. Waar niet wordt gesuppleerd, is de dynamiek toegenomen. Wat mogelijk samenhangt met de lokaal sterke toename in dynamisch beheer. Lees hier meer over in de factsheet Zuidwestelijke Deltakust.