‘Zandsuppleties kunnen strandbroeders helpen’

Dwergsterns, strandplevieren en bontbekplevieren. Vogels die leven in en rond de branding. Deze ‘strandbroeders’ maken zelfs hun nest op het strand. Hun leef- en broedgebied staat van alle kanten onder druk. De Vogelbescherming probeert de strandbroeders een handje te helpen. Lars Soerink, Senior Beleidsmedeweker Communicatie vertelt welke rol het suppletieprogramma daarbij kan spelen.

Lars Soerink Vogelbescherming
©Natuurlijk Veilig

2 jaar geleden werd de pilot suppletie in het Amelander Zeegat uitgevoerd, een test waarbij 5 miljoen m3 zand in het zeegat van Ameland werd neergelegd door Rijkswaterstaat. Zo wilden onderzoekers er achter komen of zeegaten geschikte suppletielocaties zijn. Voordat de suppletie werd uitgevoerd, werd het ontwerp nog drastisch aangepast. Ecologen hadden een grote populatie zandspiering ontdekt. Vooral de jonge zandspieringen zijn hard nodig om de populatie grote sternen op de Wadden te voeden. Er werd een hap uit het ontwerp genomen om te voorkomen dat de zandspieringen hier zouden verdwijnen.

Rijkswaterstaat denkt mee

Zo hoort Rijkswaterstaat om te gaan met vogels, vindt Lars Soerink, Senior Beleidsmedewerker Communicatie bij de Vogelbescherming. ‘Ik vind dit een mooi voorbeeld van de manier waarop Rijkswaterstaat meedenkt met ons en onze belangen. Wat sterk is, is dat ze niet alleen informatie inwinnen bij experts die zij in dienst hebben, maar dat ze ook actief bij ons te rade gaan.’

Te druk op veel stranden

Hulp aan strandbroeders is welkom, want ze vinden niet gemakkelijk een plek aan de kust. ‘De meeste strandbroeders broeden van maart tot en met juni. Ook in die periode is het op veel openbare stranden te druk voor deze vogels. Ze proberen het wel hoor, broeden op andere plekken, maar wandelaars met honden, hardlopers of kitesurfers storen ze natuurlijk al snel.’

Grotere populaties dan in Frankrijk

Toch kent Nederland nog altijd een aantal grote populaties van deze kleine vogels. ‘Op bijvoorbeeld de Vliehors op Vlieland broeden heel veel soorten. Dit is militair oefenterrein, wat betekent dat het afgesloten is voor het grote publiek. Hier zien we gelukkig nog veel broedparen. Maar ook in Zeeland broeden nog veel plevieren.’

Alle kleine beetjes helpen strandbroeders

‘Deze vogelsoorten zitten in de knel, tussen de oprukkende strandpaviljoens, recreatie en het toerisme. Suppleties? Ook die zijn niet altijd in hun voordeel, hoewel ze steeds meer buiten het broedseizoen worden geprogrammeerd.’ Hij denk dat suppleties ook kunnen helpen. ‘Alle kleine beetjes helpen. De vogels hebben ook niet veel nodig: een stukje strand is al genoeg. De grote zandplaten die Rijkswaterstaat soms aanlegt bij zandsuppleties kunnen ook prima dienen als broedplekken voor de plevieren en dwergsterns.’

Roggenplaat
Beeld: ©@RWS / Edwin Paree
de Roggenplaat

Waarom die zandplaat niet nog beter benutten?

De Vogelbescherming wil met uitvoerders om tafel om te overleggen of deze zandplaten dan tijdelijk afgezet kunnen worden, zodat de strandbroeders rustig kunnen broeden. ‘Waarom die zandplaat niet nog beter benutten?’ De contacten zijn in ieder geval goed. ‘We voelen ons serieus genomen binnen Natuurlijk Veilig. Er gebeurt wat met onze ideeën en suggesties. In de praktijk zien we dat er rondom suppleties meer en meer rekening wordt gehouden met vogels en andere diersoorten. Een goede ontwikkeling natuurlijk.’

‘Ook RWS’ers zijn niet ongevoelig voor kuikentjes’

Petra Damsma, programmamanager Natuurlijk Veilig. Ik merk veel betrokkenheid bij mijn RWS-collega's. Ze informeren me ongevraagd over het werk van de vogelbescherming. Voor mij laat het zien dat de belangstelling voor de natuurwaarden van de kust ook bij mijn meer technische hoogwaterveiligheidscollega's is toegenomen. Ook zij zijn niet ongevoelig voor schattige kuikentjes!’