Natuurlijk Veilig on tour: de belangrijkste vragen en antwoorden

Om een vinger aan de pols te houden, maakte de projectleiding van Natuurlijk Veilig de afgelopen maanden een tour langs verschillende locaties. Hier beantwoordden Petra Damsma en RWS-medewerkers van Kustlijnzorg de vragen van NGO’s. In dit artikel een verslag van de bijeenkomsten in Leeuwarden, Haarlem en Middelburg.

Mogelijke ecologische effecten ná suppletie

De bijeenkomsten vonden plaats in april, mei en juni 2019 en werden goed bezocht door medewerkers van organisaties zoals terreinbeheerders, drinkwaterbedrijven, stichting Duinbehoud en de Waddenvereniging. We kregen veel vragen over de zandsuppleties en de effecten op de ecologie. Veel aanwezigen vroegen RWS terughoudend te zijn met grote ingrepen. ‘Als we even afwachten, lost de natuur het zelf wel op, was een opmerking die ik terughoorde’, vertelt Petra. ‘Het standpunt vanuit RWS is dat de waterveiligheid altijd voorop staat. Als we verwachten dat de erosietrend snel weer omkeert, dan suppleren we niet. Maar we moeten ook de veiligheid kunnen garanderen op het moment dat de kust níet op tijd weer vanzelf aangroeit. Als we dan niet aan de eisen kunnen voldoen, zullen we toch een suppletie inplannen.’

Invloed op duindynamiek

Op verschillende bijeenkomsten waren er zorgen over zandsuppleties in combinatie met projecten om de duindynamiek te verbeteren. Hebben suppleties daar effect op, in negatieve of in positieve zin? Duindynamiek hangt vooral samen met het beheer en niet zozeer met suppleties, weet Petra. ‘We zien wel dat het volume van duinen toeneemt door het suppleren. Maar effecten van suppleties op de duinvegetatie, hebben we niet kunnen vaststellen. Wel gaan we kijken of we suppletie en projecten op het gebied van duinbeheer beter op elkaar kunnen afstemmen. Hoe, zijn we nog aan het  onderzoeken.’

Meetlat voor het kustfundament

Er waren vragen over de Basis Kustlijn (BKL) die Rijkswaterstaat binnen het landelijk programma Kustlijnzorg handhaaft. De BKL is de meetlat waarlangs de ligging van de kustlijn wordt gehouden. ‘Maar de BKL is niet het enige uitgangspunt voor kustsuppleties. Daarnaast onderhouden we het kustfundament – het hele gebied van de duinen tot en met de -20 m dieptelijn. De Waddenzee en de Zeeuwse Delta horen niet bij het kustfundament. Ook de toekomstige zeespiegelstijging neemt Kustlijnzorg mee in de beslissingen om al dan niet te suppleren.’ Bij de exacte invulling van een suppletie probeert RWS zoveel mogelijk rekening te houden met de lokale ecologie.
 

Vragen over suppletiepraktijk

Een aantal vragen ging verder in op de suppletiepraktijk. Specifiek: waarom RWS meestal in de vooroever suppleert en waar het zand hiervoor vandaan komt. ‘Om met die eerste vraag te beginnen: Een vooroeversuppletie past beter bij het principe om zo veel mogelijk gebruik te maken van natuurlijke processen. Daarnaast komt het goed uit dat een zandsuppletie in de vooroever  goedkoper is dan op andere plekken. Het suppletiezand winnen we in speciaal aangewezen zandwingebieden buiten het kustfundament. We kiezen daarbij zand met een korrelgrootte en structuur die zoveel mogelijk overeenkomen met het zand op de suppletielocatie.’
 

Blij met alle feedback

De tour langs de drie locaties werd door de stakeholders op prijs gesteld, zag Petra. ‘We merkten dat de medewerkers van de NGO’s het prettig vonden om met ons van gedachten te kunnen wisselen. Dat werkt toch net even wat prettiger dan per mail communiceren. Daarnaast bleek uit de goede opkomst dat mensen erg betrokken zijn bij ons werk. Het helpt om meer gevoel te krijgen voor plekken waar maatwerk nodig is. En om daarover zo nodig vervolgafspraken te kunnen maken. Bovendien zie ik dat het onderzoek naar systeemwerking en mogelijkheden voor geulbeïnvloeding niet alleen aansluit bij de vragen vanuit kustveiligheid, maar ook aansluit bij vragen vanuit natuur. Ik heb dus een extra reden om de inhoudelijke samenwerking met mijn directe collega’s te versterken. Ik vond het leuk om een variant te leren op het RWS-adagium`Zacht waar het kan, hard waar het moet’, namelijk: ‘Natuurlijke processen waar het kan, soortbescherming als het moet.’ We zijn blij met alle feedback, omdat die ons helpt de invulling en communicatie van het programma verder te verbeteren. We blijven dus dit soort gesprekken voeren.’
 

Wil je nog de vragen en antwoorden bij de verschillende bijeenkomsten nog eens nalezen. Kijk dan hieronder:

Waddengebied, april 2019

Hollandse Kust, mei 2019

Delta, juni 2019