Visonderzoek: vrijwilligers helpen een handje

We weten nog weinig over de vissen die in de ondiepe (minder dan 2 meter diep) kustzone leven. Gebruiken ze de zone echt als kraamkamer? En hoeveel last hebben ze van zandsuppleties? Om daarachter te komen doen we op drie locaties langs de kust de komende tijd onderzoek naar de dieren die er leven. Vrijwilligers van de stichting ANEMOON werken mee aan dit onderzoek van Wageningen Marine Research.

Visonderzoek op het strand in Castricum

Visonderzoek op het strand in Castricum

Stichting ANEMOON doet onderzoek naar het leven in de zee en in brakwater. De honderden vrijwilligers die zijn aangesloten bij de stichting zijn ‘burgerwetenschappers’. Zij hebben een passie voor het leven in de zee en willen graag inzicht krijgen in veranderingen in de natuur. Ook kijken ze hoe de ecologie van de zee in elkaar zit en leveren daarmee een bijdrage aan de hoeveelheid kennis van het zeeleven. Ingeborg de Boois is actief voor stichting ANEMOON: ‘Onze vrijwilligers zijn mensen met een hart voor de zee. Ze verzamelen informatie over het leven in zee op het strand, door te duiken, of door te vissen vanaf het strand. Dus toen we benaderd werden door Wageningen Marine Research om te helpen bij het ecologisch onderzoek in de vooroever, hebben we niet lang na hoeven te denken.’

Vissen binnen transecten

Langs de kust zijn drie  locaties uitgekozen. In Katwijk, bij Castricum en op Texel wordt de komende tijd met sleepnetten gevist. In totaal zal dit onderzoek tot eind juni op elke locatie 7 keer plaatsvinden binnen zes  transecten. Dit zijn vooraf bepaalde stukken van 100 meter waar de kor (een soort net) over de bodem wordt gesleept. Eenmaal aan land wordt de vangst nauwkeurig geregistreerd. We meten de vissen en van overige soorten (krabben, garnalen, e.d.) tellen we de aantallen. De platvissen nemen we mee voor DNA-onderzoek. Daarnaast verzamelen we ook gegevens over de omgeving. Ingeborg: ‘Dit zijn onder andere watertemperatuur, stroomrichting, de mate van helderheid, het zoutgehalte en de weersomstandigheden. Ook nemen we sedimentmonsters.’

Een kraamkamer voor schol

De uiteindelijke hoop voor dit onderzoek is dat deze meer inzicht geeft in welke dieren er voorkomen aan de kust. Maar vooral of deze omgeving ook echt een kraamkamer is voor vissoorten zoals de schol en andere platvis. Ingeborg verduidelijkt deze aannames: ‘Als we geen jonge platvis in onze netten hebben, dan kunnen we niet zomaar stellen dat het kustfundament géén kraamkamerfunctie heeft. Het kan best zo zijn dat de platvis andere plekken langs de kust wel gebruikt om zich in zijn eerste levensfase te ontwikkelen. Maar mochten we binnen dit onderzoek wel veel jonge platvissen aantreffen, dan is dat wel een belangrijke aanwijzing voor de kraamkamertheorie.’

Puzzel

‘Ook de conclusie over wat de invloed van het suppleren van zand is, kan niet zomaar op basis van dit onderzoek worden getrokken’, stelt ze. ‘Om dat goed te kunnen doen moet dit type onderzoek over langere termijn – meerdere jaren – worden uitgevoerd. Zo kunnen we patronen ontrafelen. Dit vormt natuurlijk een aanvulling op wat we al weten. En het geeft ons ook het volgende puzzelstukje om uiteindelijk de hele puzzel te kunnen leggen. Dat is volgens mij ook de waarde van dit onderzoek.’ De eerste onderzoeken zijn inmiddels gestart en duren tot eind juni.