Beter suppleren door data

Wat is de invloed van zandsuppleties in de vooroever op de bodemdieren die daar leven? Om die vraag te kunnen beantwoorden combineren we data over de dieren zelf met data over bijvoorbeeld stroomsnelheid en het zand. Zo kunnen in de toekomst suppleren met meer oog voor de ecologie.

Portret Theo Prins, Deltares

Portret Theo Prins, Deltares

Er zijn veel data over de bodemdieren in de vooroever. Het zijn gegevens die Rijkswaterstaat, Deltares, Wageningen University en andere partijen vanaf 1988 verzamelden. De afgelopen maanden zijn de onderzoekers van Deltares druk bezig geweest deze gegevens te verzamelen en te verwerken. Dat proces duurde langer dan verwacht, vertelt marien ecoloog Theo Prins. ‘We kregen te maken met heel veel verschillende data uit verschillende bronnen. Elke onderzoeker heeft die resultaten net iets anders opgeslagen. Ze gaan bovendien jaren terug. Het kostte ons dus meer tijd dan verwacht om alle data volgens dezelfde standaarden zo op te slaan, dat we ermee kunnen werken.’

Samenhang tussen data

Nu zijn alle data bij elkaar gebracht en kunnen ze gecombineerd worden met de zogenoemde fysische data: gegevens over diepte, stroomsnelheid, golfslag, maar ook sedimentsamenstelling en korrelgrootte van het zand. ‘Door hier statistische analyses op los te laten, ontdekken we verbanden. Maar het belangrijkste zijn de interpretaties van de ecologen die de gegevens met elkaar vergelijken. Vanuit hun kennis kunnen zij het beste zien wat de samenhang is tussen het voorkomen van bepaalde soorten en de fysische factoren.’

Nieuwe inzichten

Theo: ‘Uiteindelijk moet duidelijk worden waar welke organismen voorkomen, maar ook hun relatie met de fysische factoren zoals bijvoorbeeld korrelgrootte, stroming of de samenstelling van het sediment in de bodem.’ Met die inzichten hopen we dat er zogenoemde habitatkaarten vallen te maken. Dit zijn grafische overzichten van de verschillende leefgebieden in de vooroever met de daarbij behorende diersoorten. Daar kunnen we vervolgens mee beredeneren in welke mate zandsuppleties belangrijke kenmerken van het leefgebied van de dieren beïnvloeden.

Ook kijken naar de lange termijn

De conclusies uit het data-onderzoek zijn belangrijk om betere keuzes te maken bij zandsuppleties in de vooroever. ‘Het kan bijvoorbeeld dat we willen suppleren op een plek waar bodemdieren leven met een voorkeur voor specifieke omstandigheden, zoals diepte, stroomsnelheid, sedimentsamenstelling, et cetera. Dan zou je in zo’n geval kunnen proberen de suppletie uit te voeren op een manier die daar rekening mee houdt.’

Aandacht voor langere termijn

Het data-onderzoek richt zich op de langetermijneffecten van een zandsuppletie, door gegevens uit heel veel verschillende onderzoeksprojecten te gebruiken. Maar idealiter zou Theo de gevolgen over een periode van jaren met één gestandaardiseerde aanpak willen volgen. ‘Welke impact zandsuppleties op de langere termijn hebben, is nog niet erg duidelijk. Het zou goed zijn daar in de toekomst nog aandacht aan te besteden.’

Alle data uit het onderzoek is samengebracht en beschikbaar bij het Informatiehuis Marien. Buitenstaanders kunnen hier ook mee aan de slag. De verwachting is dat het onderzoeksteam nog dit jaar nodig heeft om de data te combineren en er de belangrijkste lessen uit te trekken.