'Ecologisch onderzoek in de ondiepe kustzone met kleine stappen vooruit’

We doen sinds vorig jaar onderzoek in de ondiepe kustzone om erachter te komen welke invloed zandsuppletie heeft op de vispopulaties. Een lastige opdracht gezien de ondiepe en onstuimige zeezone. Hoe verloopt het onderzoek? Ralf van Hal van Wageningen Marine Research vertelt er meer over.

Portret Ralf van Hal, Wageningen Marine Research

Ralf van Hal, Wageningen Marine Research

De ondiepe kustzone is de zeezone die zich vanaf het strand zo’n uitstrekt tot zo’n 10 meter diepte. Ralf: ‘We weten heel weinig over de vissen in dit gebied. Er zijn wel wat metingen gedaan, maar deze zijn beperkt. We denken dat er vooral veel jonge vissen leven.’ Daarom trokken Ralf en zijn team er vorig jaar al op uit om vissen te ‘bemonsteren’: ze te vangen, identificeren, tellen en opmeten. Zo konden ze erachter komen wélke soorten vissen in deze omgeving leven.

Moeilijk werken
Het veldonderzoek stelt de onderzoekers voor een uitdaging. De ondiepe kustzone is zeer onstuimig en moeilijk bevaarbaar. ‘We hebben verschillende keren bemonsteringen moeten afblazen vanwege het weer. Maar zelfs onder rustige omstandigheden is het moeilijk werken. Want de enige manier om in deze kustzone te varen, is met ondiepe schepen. Die schepen zijn onstabiel waardoor de netten vaak niet op de bodem blijven liggen. Dit maakt de vangst niet altijd representatief, en de resultaten dus niet volledig betrouwbaar.’

Bemonsteringen kunnen niet altijd
Het onderzoeksteam heeft verschillende keren geprobeerd nieuwe bemonsteringen op touw te zetten, maar dat bleek niet altijd even gemakkelijk. ‘We kunnen helaas niet continu beschikken over het onderzoeksschip. Ook mag je niet zomaar vanaf het strand een schip te water laten. Daar moet je vooraf een vergunning voor aanvragen. Dat zorgt ervoor dat we de bemonsteringen niet altijd kunnen uitvoeren wanneer we willen.’

Proeven in aquaria
Er is langs de Zuid-Hollandse kust tot aan Ameland op plekken met verschillende sedimenttypen vis gevangen en geteld. Zo kan er toch iets gezegd worden over de relatie tussen sediment en de aanwezigheid van vis. En daarmee mogelijk iets over de invloed van zandsuppletie. Maar Ralf beseft dat dit ook nog weinig duidelijkheid biedt. ‘Daarom proberen we de komende tijd toch weer de zee op te gaan. Het alternatief dat we hebben is om meer onderzoek in het laboratorium te doen: bijvoorbeeld door in aquaria proeven te doen met vissen en verschillende sedimentsoorten.’ Zo gaat het onderzoek met kleine stappen vooruit, ziet Ralf. ‘Ik zou het zelf ook liever anders zien, maar goed onderzoek kost tijd en we wisten dat het lastig zou worden. Maar langzaam maar zeker komen we dichterbij het beantwoorden van de onderzoeksvraag.’