Veranderend zand: onderzoek naar invloed van mensen op strandecologie

Zandsuppleties en het mechanisch reinigen van stranden beïnvloeden strandorganismen negatief. Maar organismen blijken goed aangepast en kunnen redelijk snel herstellen van de menselijke verstoringen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Lies Leewis (VU) naar het ecologisch functioneren van het strandecosysteem onder invloed van menselijke activiteiten. Rijkswaterstaat financierde het onderzoek.

foto van gemshoornworm in woonbuizen

Gemshoornworm woonbuizen

Beeld: Gerard Janssen

Uit het promotieonderzoek blijkt dat bodemdieren en planten op stranden te lijden hebben van de directe gevolgen van menselijke activiteiten bijvoorbeeld doordat ze bedolven raken onder het zand of overreden worden. Het herstel na een strandsuppleties blijkt echter snel te gaan voor de vier onderzochte bodemdieren: gemshoornworm, agaatpissebed, kniksprietkreeftje en de zandvlokreeft.

 

Goed aangepast aan strandleven

Veranderingen in het strandmilieu, zoals gewijzigde sedimentsamenstelling, als indirect gevolg van de menselijke activiteiten bleken geen invloed te hebben op de dichtheden en levensstadia van de onderzochte soorten. Dit geeft aan dat soorten die op het strand leven goed zijn aangepast aan de veranderlijkheid van het strandmilieu. Daardoor kunnen zij ook redelijk snel het strand weer bevolken en herstellen van de verstoringen door menselijke activiteiten.

Hersteltijd geven

Wel moet worden gewaakt voor het te snel achterelkaar en op eenzelfde locatie toepassen van menselijke activiteiten. Zo bleken strandvlooien in het onderzoek totaal afwezig te zijn op een strand dat twee maal per dag mechanisch werd gereinigd. Eenzelfde effect wordt verwacht indien andere activiteiten, zoals zandsuppleties, te snel achter elkaar worden toegepast.

Impact van kustbeheer verder minimaliseren

Leewis bepleit om in kustbeheer de methoden van zowel het reinigen van stranden als zandsuppleties bij de kustverdediging zo uit te voeren dat verstorende effecten op natuur minder worden en de kansen op herstel gemaximaliseerd worden.

Gerard Janssen, professor kustecologie en werkzaam bij Rijkswaterstaat, over het onderzoek: “Het is goed dat we nu op basis van praktijkonderzoek weten dat bodemdieren redelijk snel herstellen na strandsuppleties. Wel moeten we oog houden voor de vele soorten die nog niet zijn onderzocht. Verder geeft het onderzoek handvaten om in de toekomst vaker te kiezen voor zandsuppleties op de vooroever in zee dan op het strand. De gedachte is dat in de zee het zand zich sneller verspreidt en soorten daar beter zijn aangepast aan de dynamiek en kracht van de zee. In de praktijk suppleren we al vaker op de vooroever. Zo suppleren we steeds meer met oog voor de natuur”

Onderzoek naar de impact van zandsuppleties op de ecologie in de vooroever voert Rijkswaterstaat uit, in samenwerking met natuurorganisaties, in het programma Natuurlijk Veilig. 

Rijkswaterstaat financierde het promotieonderzoek en is als kustbeheerder mede verantwoordelijk voor een goede balans tussen kustverdediging en natuurbeheer.

Meer informatie over het proefschrift op de website van de Vrije Universiteit Amsterdam.