Suppleties in de vooroever - Kinderkamer functie

Onderzoeker Ralf van Hal van Wageningen Marine Research vertelt meer over zijn onderzoek naar de effecten van suppleties in de vooroever. De kinderkamer functie: de ondiepe kustzone is een soort crèche voor vis. Jonge vis van een paar weken tot enkele maanden oud verblijft daar, omdat deze dieren er beschut zijn tegen roofvis. Hij vertelt over het onderzoek, het proces, en de resultaten.

Suppleties in de vooroever - Kinderkamer functie

(Kleine golven rollen een strand op waar een man komt aanlopen. Voice-over:)

RUSTIGE MUZIEK

VOICE-OVER: Dit is onderzoeker Ralf van Hal
van Wageningen Marine Research.
Wat kan jij ons vertellen over het onderwaterleven?
RALF VAN HAL: Ik kan vooral iets vertellen over vis,
en dan met name: platvis, schol, schar, tarbot, griet.
Die de ondiepe kustzone gebruiken om op te groeien
en als juveniele vis hier aankomen.
VOICE-OVER: De kustzone is dus eigenlijk een soort crèche voor vis?
VAN HAL: Ja, het meeste wat we hier in het ondiepe stukje vangen,
is een paar weken tot maanden oud.
Veel van de soorten die je hier dus vangt, en specifiek zo'n ondiep gebied kiezen,
doen dat waarschijnlijk vanwege de combinatie temperatuur,
een stukje warmer in het voorjaar en zeker in de zomer dan ondieper
en als beschutting tegen juist grote vissen als predatoren.
VOICE-OVER: Maar wat heeft dat dan met zandsuppleties te maken?
VAN HAL: De zandsuppleties worden uitgevoerd in het stukje waar we vissen,
dus worden in het stukje strand of net iets dieper in de vooroever neergelegd.
Dus dat is het gebied waar die visjes opgroeien.
De suppletie leg je in een grote bak zand neer,
wat misschien anders is dan het zand dat er al ligt.
En op die manier kan het de habitat van de vis veranderen.
Het belangrijkste waar we dan op gericht hebben,
is de verandering in sediment, dus de korrelgrootte,
is het echt iets anders dan wat er neergelegd wordt?
En kunnen ze zich nog steeds ingraven?

(Op het strand bevestigen twee mannen een sleepnet aan een buis.)

Zij gaan nu vissen in de brandingszone, dat is het ondiepste deel.
Ze trekken het vistuig, de boomkor, over ongeveer honderd meter,
en dan bekijken we de vangst om in te schatten
welke vissoorten er in het ondiepste deel van de vooroever aanwezig zijn.
Dat hebben we nu twee jaar gedaan
en dat gaan we dit jaar ook weer doen, over het seizoen heen,
de seizoensvariatie in de aanwezigheid van soorten
en de opgroei van die juveniele visjes
totdat ze weer naar buiten trekken en we ze hier dus niet meer vangen.
Daarnaast hebben we in de eerste twee jaar van Natuurlijk Veilig gevist met een schip,
vanaf dat schip met een rubberboot de brandingszone bemonsterd
en vanaf dat schip ook de diepere zone bevist.
En dat allemaal van Rotterdam tot aan Texel en zelfs de Waddeneilanden.
VOICE-OVER: Zijn er op basis van de resultaten al conclusies te trekken?
VAN HAL: De conclusies zijn lastig.
Er zit heel veel variatie in de vangsten die we hebben.
Een groot deel daarvan is natuurlijke variatie, gewoon de aanwezigheid van vis,
zijn de larven hier aangekomen of zijn ze net een stukje verder aangekomen?
Ook het gedrag, is het warm geweest, dan vangen we even niks.
Of is het heel helder, dan vang je een heel stuk minder.
Wat we dan wel zien, is de diepteverspreiding van de vis.
Zoals we net al zeiden: De allerkleinste komen echt in het ondiepste voor
en die trekken langzaam weer naar het diepe water toe.
Een soort als schol, waar we de focus op hebben gelegd,
die blijkt ook als juveniel wel in het ondiepste,
maar ook tot op een meter of tien diep gewoon voor te komen, algemeen.
Dus dat betekent dat er gewoon een heel groot gebied geschikt is voor deze soort
en als je op kleine schaal suppleties daarin uitvoert,
dat de populatie-effecten minimaal zullen zijn.
Waar we ook naar hebben gekeken,
is de resultaten dan te vergelijken met historische data.
Vanuit de jaren tachtig hebben ze ongeveer hetzelfde gedaan als wat wij nu doen,
en dan zien we eigenlijk wel heel andere soorten.
Een aantal harders, zeebaarzen, die we nu vangen,
kwamen heel weinig voor in de vangsten in de jaren tachtig.
En we zien ook wel dat er toch wel verschil zit
in de duur dat bijvoorbeeld schol en wat andere platvisjes
in de vangsten voorkwamen in de jaren tachtig.
Nu gaan ze eerder naar buiten,
waarschijnlijk vanwege de warmere temperaturen in de zomer.
Daarnaast hebben we voor schol ook nog gemodelleerd naar de toekomst toe
en hebben we laten zien dat de Waddenzee als eerste,
maar een paar jaar later waarschijnlijk ook de kustzone, steeds slechter wordt
qua temperatuur voor het opgroeien van die platvisjes.
Het wordt te snel warm voor die platvisjes
om langdurig in die ondiepe zone te kunnen opgroeien.
Waarmee het belang van eerst de Waddenzee
en daarna waarschijnlijk de kustzone steeds minder wordt
voor de functie als kraamkamer.
VOICE-OVER: En de invloed van sediment?
VAN HAL: Sediment is dus vooral het ingraven,
waar we het net over hadden, vinden ze het nog steeds geschikt?
Maar wat ik al zei, langs heel de kustzone vinden we op alle soorten ondergrond
die we hebben bemonsterd, en de range is niet zo heel groot,
de soorten die we ook verwachten.
Het doel van het beleid is om sediment neer te leggen
dat zo dicht bij het sediment ligt dat er al is.
Dus dat zal niet tot hele grote veranderingen in de korrelgrootte leiden.
VOICE-OVER: Zandsuppleties hebben dus invloed op de kinderkamerfunctie.
Hoe gaan we hiermee om?
VAN HAL: Lastig, we zullen moeten blijven suppleren.
Want we willen de kustlijn behouden zoals die er nu is.
De locatie van de suppletie, is het misschien beter wat dieper te suppleren?
Er wordt gekeken naar hoe dat de suppletie neergelegd wordt.
Bij de zandmotor is er geprobeerd een lagune te creëren
waarin vis het misschien beter zou kunnen doen.
Je kunt ook kijken naar de diepte van het hele profiel
en hoe zou je daar verandering in aan kunnen brengen,
dat het misschien niet zo steil wordt als de verwachting is,
wat de zone die geschikt is voor kleine vissen, kleiner zal maken.

(Het beeld wordt groen met wit. Beeldtekst: Meer informatie? Kijk op natuurlijkveilig.nl.)

DE RUSTIGE MUZIEK SPEELT VERDER TOT HET EIND VAN DE VIDEO

(Naast de tekst staan de logo's van: Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Staatsbosbeheer, Duinbehoud, LandschappenNL, Natuurmonumenten, PWN, Waternet, waterschap Amstel, Gooi en Vecht, gemeente Amsterdam, Dunea, Duin & Water, Stichting De Noordzee, Vogelbescherming Nederland en Waddenvereniging.)

(Beeldtekst: Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2020.)