Ruimte voor Zand

Onderzoek Tjisse van der Heide vertelt meer over zijn onderzoek ‘Ruimte voor zand’. Hij gaat in op wat het onderzoek inhoud, het proces en het beoogde resultaat.

Ruimte voor Zand

(Een man staat in een duin.)

VOICE-OVER: Dit is Tjisse van der Heide. Hij is onderzoeker bij het NIOZen hoogleraar kustecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Tjisse, waar kijken we naar?
TJISSE VAN DER HEIDE: We kijken hier naar een zandvanger.
Die heeft een grote vin, zoals je kunt zien, en daarmee richt hij zich op de wind.
We zijn hier bezig met een experiment waarbij we willen weten hoe die duintjes zich vormen.
Nou ja, duinen, daar heb je eigenlijk twee voorwaarden voor nodig.
Je hebt iets nodig dat zand vangt en het stuivende zand heb je nodig.
Dus ja, dan moet je dus wel weten hoeveel stuivend zand je hebt.
En ja, wat die dus doet, hij heeft allerlei kleine buisjes zitten en het zand dat stuift, dat kan dus in die buisjes stuiven en door deze met regelmaat te legen weten we dus precies hoeveel stuivend zand er dus langskomt over de tijd.
VOICE-OVER: Waar gaat het onderzoek Ruimte voor Zand eigenlijk over?
TJISSE: We staan hier eigenlijk bij een vrij breed stuk kust.
We hebben hier een witduin en daarachter een enorm groot stuk grijsduin.
Eigenlijk is dat voor de Nederlandse situatie zo langzamerhand best uniek omdat op veel plaatsen is die kust veel versmald doordat we daar hebben gebouwd en aan de andere kant komt de zee omhoog en daardoor komt dat kustlandschap dat daartussen ligt steeds meer in de beknelling.
En binnen Ruimte voor Zand houden we ons eigenlijk bezig met twee vragen.
Aan de ene kant willen we beter begrijpen van: hoe breed moet zo'n kust zijn om voldoende ruimte te kunnen blijven bieden aan de planten en dieren die daar voorkomen?
Dus hoeveel ruimte is er nodig voor die habitats?
En ten tweede willen we begrijpen hoe we meer ruimte kunnen geven aan de natuurlijke dynamiek van de kust dus de natuurlijke afbraak- en aangroeiprocessen die daar plaatsvinden.
VOICE-OVER: En voor dat onderzoek gebruiken jullie de zandvanger dus?
Wat gebruiken jullie nog meer?
TJISSE: Na stormen bezoeken we duinen en kijken we hoeveel de afslag is geweest waar de afslag is geweest om te begrijpen van: nou, wat doet dat nou precies en wat voor gevolgen heeft dat voor die soorten die daar voorkomen welke nieuwe soorten krijg je daarna terug?
En we combineren dat ook nog weer met satellietfoto's en met hoogtekaarten en dergelijke om daar juist meer grip op te krijgen, op die grotere schaal.

(Een strand vanuit de lucht.)

VOICE-OVER: Welke verschillende habitats zijn er in de duinen?
TJISSE: Als je bij de zee begint, dan begint het natuurlijk bij het strand.
En als je dan richting het land loopt, kom je de embryonale duinen tegen dat zijn de jongste duintjes, die gaan over in de witte duinen dat zijn de allerhoogste duinen, noemt men ook wel de zeereep en achter die witte duinen, daar kom je de grijze duinen tegen.
En die kun je eigenlijk weer onderverdelen in een aantal subhabitats, waaronder graslandachtige vegetatie, heide als je wat verder naar achteren gaat en uiteindelijk gaat dat zelfs helemaal over in duinbos.
Vroeger was het zo, toen we het duin niet beheerden, dan groeien de duinen aan maar dan komt er wel eens een forse storm, die slaat dan een hele duin weg dan komt dat water, dat spoelt de duinen in en dat ruimt dan hele stukken van die duinen op en dan moet het opnieuw beginnen.
Door dat proces van opbouw en afbraak krijg je een soort verschuivend mozaïek van allerlei verschillende leefgemeenschappen, van habitats waar allerlei verschillende soorten voorkomen.
En juist die aangroei, maar ook die afbraak, dat samenspel daartussen dat zorgt er juist voor dat al die soorten samen in zo'n schuivend mozaïek kunnen voorkomen.
Op het moment dat je dat proces stopt, ja, dan zet de successie de opeenvolging van soorten, die zet zich gewoon door zonder dat dat weer wordt gereset door de zee of door overstuiving.
En als je dan helemaal niks zou doen dan zou het hele grijze duinlandschap uiteindelijk veranderen in een duinbos.
Dan hou je maar één soort habitat over en daarmee gaat de biodiversiteit erg naar beneden.
Je hebt er zo nu en dan gewoon een overstroming of een overstuiving nodig om dat proces weer opnieuw te laten starten zodat ook die soorten van dat vroege stadium, om die daar weer te kunnen laten groeien.
Want anders zouden die op de lange termijn allemaal verdwijnen.

(Tjisse loopt met een vrouw over het strand.)

VOICE-OVER: Welke maatregelen nemen we nu al om die dynamiek meer ruimte te geven?
TJISSE: Een van de maatregelen die we nu al nemen is bijvoorbeeld het aanbrengen van zogenaamde kerven in de duinen.
Het is bijvoorbeeld voor grijsduinen belangrijk om tot zekere mate ook gevoed te worden door vers zand en dan krijg je dus ook overstuiving en krijg je natuurlijke dynamiek, dus ook die begraving krijgt dan meer ruimte.
Andere maatregelen waaraan je kunt denken zijn stuifkuilen die in de duinen worden gemaakt.
Dan wordt de vegetatie verwijderd en dan kan dat zand ook weer gaan stuiven.
Maar ook de zandsuppletie zelf die we dus aan de vooroever doen is ook al een stuk natuurlijker dan wat we vroeger deden toen we echt met bulldozers het zand het strand op reden en daar meteen het gras zo veel mogelijk aanplantten om al dat zand meteen op die plek vast te leggen.
Een laatste interessante maatregel is begrazing.
Als je het landschap begraast, dan gaan die grote grazers zoals koeien of schapen die gaan met name voor kleine boompjes, die vinden ze lekker, die eten ze op.
En daardoor voorkom je dat bos zich vormt of dat grote struiken zich vormen en daardoor hou je de successie ook tegen en verjong je, met die grazers verjong je het landschap.

(In de verte loopt Tjisse door een duin.)

VOICE-OVER: Als we de duinen gewoon hun gang laten gaan wordt het dan niet gevaarlijk?
TJISSE: Op sommige plekken zal het vast te gevaarlijk zijn om zomaar die duinen de ruimte te geven om kapot te gaan maar je kunt je wel voorstellen op plekken waar de kust heel breed is dat je best zou kunnen zeggen van: Daar geven we die kust iets meer de ruimte.
Of andere plekken waar je zou kunnen zeggen: Door slim zand te suppleren op een andere manier, zoals we het nu doen misschien met grotere hoeveelheden in één keer, kun je dat eenmalig doen en kun je daarna de kust langdurig z'n gang laten gaan.
Op die manier zou je meer ruimte kunnen bieden voor die natuurlijke processen.
Mijn gedroomde uitkomst is dat we goed begrijpen hoe breed zo'n landschap zou moeten zijn om voldoende ruimte te bieden aan al die planten en diersoorten die daar van nature voorkomen en dat we daaruit kunnen afleiden waar voor dat soort breedtes nog kansen liggen in Nederland en waar dat niet meer kan.
En dat we daarnaast beter begrijpen hoe we die natuurlijke dynamiek in dat kustlandschap terugkrijgen en dus ook ruimte kunnen bieden voor een natuurlijke handhaving van de soorten die in dat landschap thuishoren.

(Het beeld wordt groen met wit. Links verschijnt de beeldtekst: Meer informatie? Kijk op natuurlijkveilig.nl. Een productie van Rijkswaterstaat. Copyright 2020.)

RUSTIGE MUZIEK DIE WEGEBT

(Rechts staan de logo's van Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Duinbehoud, Staatsbosbeheer, LandschappenNL, Natuurmonumenten, PWN, Waternet, waterschap amstel gooi en vecht, gemeente amsterdam, Stichting De Noordzee, Vogelbescherming Nederland, Dunea, Duin&Water en Waddenvereniging.)