Data combineren om meer te leren

Data is de brandstof voor wetenschap, en ook voor de kennisontwikkeling binnen het project Natuurlijk Veilig. Op basis van oude en nieuwe data krijgen we meer inzicht in hoe suppleties invloed hebben op bodemdieren en vissen. Er is een schat aan data, maar om die gezamenlijk te kunnen analyseren, moest nog wel wat werk verzet worden (een schat verover je niet zomaar). Petra Damsma, projectleider van Rijkswaterstaat: ‘We zijn blij dat we binnenkort aan de slag kunnen met de data van verschillende projecten uit het verleden. Echt een mijlpaal!’

Natuurlijk Veilig

Door wind, zee en stroming verdwijnt er zand van de stranden. Om de kustlijn intact te houden en ons land te beschermen, brengt Rijkswaterstaat ieder jaar nieuw zand aan op diverse plekken langs de kust. Samen met natuurorganisaties onderzoekt Rijkswaterstaat al ruim 10 jaar het effect van het opnieuw aanbrengen van zand (suppletie). Binnen het onderzoeksproject ‘Natuurlijk Veilig’ (voorheen ecologisch gericht suppleren) richt Rijkswaterstaat zich met 10 natuurorganisaties op de gevolgen voor de natuur van het opspuiten van zand aan de Nederlandse kust. Dit onderzoek wordt, in opdracht van Rijkswaterstaat, uitgevoerd door Wageningen Marine Research en Deltares.

Wat hebben we gedaan?

Verschillende projecten hebben in het verleden veel data opgeleverd. De analyse en interpretatie van die gegevens helpen ons begrijpen hoe bodemdieren en vissen in de kustzone omgaan met het aanwezige zand en de veranderingen als gevolg van getij en golven. De data zijn opgeslagen door Rijkswaterstaat, Deltares en de Wageningen University & Research (WUR) in verschillende databases, maar we willen ze nu samen analyseren. Wetenschappers van de verschillende instituten werken binnen het project Natuurlijk Veilig aan het verzamelen van oude en nieuwe data, het opslaan en het schoonhouden van deze gegevens. Petra: ‘Zo maken we één database met de resultaten van alle bemonsteringen van bodemdieren en vissen die ooit langs de Nederlandse kust zijn uitgevoerd. Een uniek project.’ Marien ecoloog Willem Stolte, projectleider bij Deltares, is verantwoordelijk voor het verzamelen van de oude data. Hij legt uit waarom het belangrijk is om data bijeen te brengen. ‘Hoe meer metingen, hoe steviger de conclusies zijn. Metingen op zee, en analyse van de monsters in het lab zijn duur. Dus als je (ook) gebruik kunt maken van bestaande data, dan kun je een efficiënter meetprogramma inrichten en krijg je meer inzicht over een langere periode. Dan kunnen we accurater voorspellen hoe vissen en bodemdieren reageren op de zandsuppletie.’

Wat is daarbij de uitdaging?
Willem: ‘Elke wetenschapper had in het verleden zijn eigen methode voor het registreren van bijvoorbeeld vissen. Soms is de rapportage zo voor een buitenstaander bijna niet leesbaar. Dan wordt het puzzelen. Als je dan niet heel accuraat werkt, verwerk je verkeerde gegevens en bestaat het risico op onjuiste data in de database. Ook komt het voor dat er soms verkeerd is geteld. Dan wijken de gegevens dusdanig af dat die data niet betrouwbaar is. Op dit soort onzuivere data moeten we ook scherp zijn.’ Binnenkort kunnen de experts deze analyseren en er lessen uit trekken.

Hoe pakken we dit aan?

Willem: ‘De data betreft vissen en bodemdieren die bij monsteringen zijn gevangen en geteld. In de gegevens staat welke soorten het zijn, maar ook het aantal, hun afmetingen en gewicht. Die gegevens gaan terug tot de jaren tachtig. Soms staan de data op papier, soms op diskettes of harde schijven.’ De uitdaging is de data door te vertalen en te standaardiseren. Zo zorgen we dat gegevens uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn en dat ze uiteindelijk bruikbaar zijn voor de database. ‘We zorgen in feite dat alle wetenschappers over hetzelfde praten.’ Willem en zijn collega’s leggen de gegevens gestandaardiseerd vast en zijn ze op te vragen bij Informatiehuis Marien. Uiteindelijk nemen anderen daarna het stokje over en volgt de analyse. ‘Dat zal deels door mensen en deels door computers worden gedaan. Mensen zullen meer kijken naar waarom relaties ontstaan, computers kunnen eerder patronen herkennen waarop de mensen kunnen voortbouwen.’

Hoe past de database bij het onderzoek naar ecologische effecten van suppleties in de vooroever?
‘We willen weten wat de ecologische effecten zijn van het beheer van de zandige kust door middel van suppleties,’ vertelt Willem. Daarbij willen we niet alleen weten wat het effect is van één enkele suppletie (daar hebben we een redelijk beeld van) maar we willen juist weten of er veranderingen zijn in de dynamiek van de zandbanken en de sedimentsamenstelling, die effect hebben op de soorten van de kustzone. We focussen ons daarbij op de vraag of de kustzone een kinderkamerfunctie heeft en welke kenmerken voor die functie van belang zijn’. Uiteindelijk ontwikkelt Rijkswaterstaat zo een habitatmodel waarmee beter kan worden voorspeld hoe het aanwezige bodemleven gaat reageren op suppletie. ‘Dat doen we op basis van wat we weten over de dynamiek en het sediment. Daarmee kunnen we bij het opstellen van een suppletieprogramma beter rekening houden met het bodemleven.’

Informatiehuis Marien
De open data-aanpak binnen Natuurlijk Veilig wordt ondersteund door het Informatiehuis Marien (IHM). Dit is een samenwerkingsverband tussen Rijkswaterstaat en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het IHM heeft sinds 2015 een zogenoemde open dataviewer online staan. Met als doel alle data, informatie en onderzoeksgegevens over de Noordzee op één plek toegankelijk te maken voor belangstellenden, overheden en professionals. Deze biedt toegang tot alle open rijksdata van de Noordzee en deze data worden telkens uitgebreid. Niet alleen data van de rijksoverheid, ook data van WMR en Deltares worden online gezet. Via deze site zijn onder meer de data van ecologisch gericht suppleren (de voorganger van Natuurlijk Veilig) beschikbaar gemaakt. Ook zijn de eerste data van Natuurlijk Veilig al beschikbaar, en in de loop van het project zal dit verder uitgebreid worden.